De Biecht (Nadia Dala) – boekbespreking

door Liesbeth Kennes

Marie was eerder een succesvolle journaliste maar staart vandaag naar de wereld die om dezelfde as blijft draaien naar de cocon die haar appartement is. Tot ze telefoon krijgt van een voormalige baas. De man heeft haar jaren voordien de kans had gegeven om te worden wie ze (als journaliste) kon zijn maar brak in een recenter verleden haar carrière. Ze krijgt een tweede kans, een enige kans. God schiep de aarde in zeven dagen. Marie krijgt evenveel dagen om het synoniemenpaar carrière-zichzelf in zijn vergane glorie te herstellen. Ze moet een vrouw interviewen die in de gevangenis is beland. Deze vrouw is niet alleen de sleutel in een grote strafzaak en dus gegeerd nieuws maar ook de zus met wie ze sinds jaren het leven niet meer deelt. Wanneer de dagen verglijden naar vroeger en de deadline naderbij komt, verliest ze grip op de kwelgeesten. Wie gaat ten biecht? Wat moet opgebiecht worden?

Nadia Dala ‘s boek De Biecht hoort thuis op uw literatuurlijst. Dala schenkt ons een meesterlijk realistische weergave van de multipliciteit waarin trauma zich toont. Meestal worden incest, kindermisbruik of verkrachting in romans (zeker in waargebeurde verhalen, gek genoeg) weergegeven als een soort van disruptie: ‘alles was oké met haar/hem, toen gebeurde dit en dus was de rest van haar leven verknoeid’. In De Biecht toont Nadia Dala het trauma van seksueel kindermisbruik zoals het zich ontplooit in de mensen die er het slachtoffer van zijn: als een rommeltje aan tegenstrijdige gedachten en grote emoties, een kluwen van het onontwarbare. Geen lineair verhaal maar een heen-en-weer waarbij het verleden vormgeeft aan het heden op bizarre en soms (schijnbaar) tegenstrijdige wijze. De auteur respecteert dat dergelijke ervaring nooit helemaal gevat kan worden in taal. Er is geen woord te weinig maar ook, vooral, niet teveel.

Een kind dat door vader of moeder wordt misbruikt, wordt in een rol geduwd die het niet kan hanteren, niet zou, moeten, mogen hanteren. Ze moet maar zien om te gaan met de dreiging die dagelijks de voordeur binnenwandelt, de dreiging die hetzelfde huis thuis noemt.

Het kind raakt verstrikt in een lichaam dat wel groot wordt. Olievlekken verspreiden zich en maken minder grijpbaar, hanteerbaar. De vraag wat een succesvol leven is, houdt zichzelf in stand in de extrapolatie van de twee zussen. De goeie, slimme, succesvolle vrouw lijdt een even groot failliet. Er is geen goeie manier om op te groeien wanneer je wordt/werd misbruikt. Noch is er een slechte manier. Het is simpelweg een kwestie van moeten.. het lichaam blijft immers, tegen wil en dank, adem halen.

Nadia Dala werkte lange tijd als journaliste voor De Morgen en De Standaard, en trok als reporter door grote delen van de Arabisch-islamitische wereld. Bij de VRT presenteerde ze Canvas-programma’s als Voetzoeker, Res Publica en Moslima’s. Dala geeft nu les aan de Thomas More Hogeschool. De biecht is haar tweede roman.

Advertenties

Wat als seksueel kindermisbruik wordt losgetrokken van SGG?

Bij elke journalist die me de laatste dagen vroeg naar hoe het maatschappelijk debat rond SGG op gang is gekomen (de achtergrond van wat vandaag #metoo is want metoo is natuurlijk niet uit het niks gekomen), moest ik zelf het voorbeeld van Griet Op de Beeck aanhalen. Waarom is dat zo, vroeg/vraag ik me af?

Dus bezin ik me over de aandacht rond seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGG) in de pers en samenleving:

  • Mensen (journalisten, beleidsmakers, mensen op social media..) lijken al de verschijningsvormen van SGG uit elkaar te willen trekken: bv. het is iets dat gebeurd ‘in de sportsector’ en “nu” dus ook in de media.
  • Wat mij daarin treft is dat het enkel bespreekbaar blijkt te zijn in de pers maar ook op beleidsniveau wanneer het over een duidelijk afgebakend veld gaat, wanneer het onderwerp van SGG concreet is afgebakend.
  • Dat SGG wordt opgesplitst in sectoren maakt het natuurlijk interessant voor de media die daardoor doen uitschijnen alsof het steeds over iets ‘nieuws’ gaat. Wat speelt daarin mee? Veel, waarschijnlijk: een complex issue reduceren tot behapbare brokken (begrijpelijk), de druk om ‘nieuws’ te maken, maar ook wel het element van ‘interessantesse’ wanneer het gaat over BV’s of topsporters want dat boeit ons meer dan een onbekende ‘Jos’ die in bedrijf Y zijn pollen niet thuishoudt.
  • Mensen willen SGG krampachtig losscheuren van seksueel misbruik
    [Voor alle duidelijkheid – want daarover bestaat veel verwarring blijkbaar – seksueel grensoverschrijdend gedrag is een parapluterm waaronder valt: seksuele intimidatie, catcalling, eenmalige incidenten gepleegd door onbekenden op bv. straat, langdurig misbruik van kinderen en (kwetsbare) volwassenen, daterape en verkrachting binnen de context van een partnerrelatie… Alles dus.]
    In de 7e dag heb ik geprobeerd om aan te halen dat het wel degelijk 1 pot nat is – al zijn de verschijningsvormen, de impact en de aanpak deels verschillend, ze vertonen ook veel overlap.
  • Naar aanleiding van de hoorzitting over SGG in de sport waar ik present was, zag ik een commissie die aanbevelingen wil doen om de prevalentie van SGG in de sport te doen afnemen. Minister Gatz denkt aan een algemeen meldpunt voor SGG in de cultuursector (ik ben tegen) en wil dat ook actrices komen getuigen in het parlement.
    Samengevat: SGG een beleidsthema is geworden, een thema dat specifieke opiniemakers bezighoudt en dat om actie vraagt.
  • Een groot nadeel van die fragmentatie van wat SGG is, brengt me bij het verhaal van Griet Op de Beeck, sorry voor de lange aanloop.

Wat gaan we eigenlijk als samenleving doen met de meest pragende vorm van SGG (niemand die dat kan ontkennen): seksueel kindermisbruik binnen de context van gezin of familie? Als er een ‘federatie der ouders’ bestond (in analogie van de specifieke sportfederaties) dan zou die federatie der ouders al lang op de vingers zijn getikt: wat doen jullie om te voorkomen dat je leden (ouders dus) SGG plegen op hun (stief)kinderen? Hoe kan het dat je bent veroordeeld voor zedenfeiten op kinderen en bijgevolg niet meer voor de klas mag staan maar je zonder probleem vader kan worden?

De hulpverlening zegt ‘jamaar, die misbruikte kinderen houden van hun ouders en willen thuisblijven, dat is loyaliteit en dat mogen we niet negeren’. In gedachten vraag ik ‘dus je zet je achter een dynamiek die te vergelijken is met het stockholmsyndroom dat je kan zien bij een kind dat wordt gekidnapt door een wildvreemde en daar jarenlang opgroeit?’ In dat laatste geval halen we het kind weg bij de kidnapper, in het eerste geval sturen we het kind terug naar huis waar de papa zijn gang kan gaan omdat er geen fysiek bewijsmateriaal van verkrachting was, een situatie waarover verschillende professionals hun bekommernis hebben uitgesproken.

Waar is de aandacht voor intrafamiliaal seksueel misbruik? De meest beschadigende vorm van seksueel geweld, de vorm die de grootste impact heeft op het wereldbeeld van het kindslachtoffer? Waarom mag je – op de keper gesteld, ik weet het – met je eigen kind wel doen wat met een ander niet mag?

 

(NB. Ik heb het antwoord ook niet – als het zo simpel was, dan bestond het probleem niet – maar het is mijn inziens nodig om ons hier eens over te bezinnen).

Uitgelezen: Duif

Uitgelezen: ‘Duif’ 🕊van het bekroond illustratorenduo Jacques & Lise.

75AF94F1-BB48-4FCF-AE3E-B332180ECF4C

Basiel krijgt een duif van zijn opa. Als je ‘m goed verzorgt, zegt opa, dan komt hij áltijd naar je terug. Basiel en Duif oefenen. Beiden worden groot en verleggen steeds weer de grens. Over landen en zeeën, Duif vindt de weg terug. Maar, zal Duif ook vanop de maan weer thuisraken? Basiel wacht en wacht…


Het was de strakke illustratiestijl en het kleurenpalet van het boek dat mijn aandacht trok: mostergeel, karmozijn en donkerbruin. De aandacht vangen is een maar naast de mooie beelden verrast ook het verhaal in zijn eenvoud.
Duif maakt maakt komaf met het stoffige oudeventenimago dat duivenmelkerij achtervolgt. Jawel, het maakt het zelfs (weer?) hip. Een vertederende, gelaagde vertelling. Prima om met opa te lezen en dan samen naar de hemel te turen op zoek naar het Duifgesternte.

6F513C37-2ABA-444D-BE97-F254848AACAE

Duif werd in september uitgegeven bij Van Halewyck.

De spin & de vlieg

Het prentenboek ‘De spin en de vlieg’ dat ik samen met Tie Veldeman schreef en door Naomi Christaens werd geïllustreerd, is zopas uitgegeven bij Van Halewyck.

De spin en de vlieg kopie

 

De spin en de vlieg is een poëtisch voorleesverhaal, een heen-en-weer tussen een flamboyante spin en een waakzaam vliegje. Het boek is een prima aanknopingspunt om met kinderen in gesprek te gaan over grenzen en vertrouwen, over goeie en slechte geheimen. Omdat kinderen ook wel eens spinnen kunnen tegenkomen die net als de spin in dit verhaal te werk gaan om hun grenzen beetje bij beetje te overschrijden (grooming). De belangrijkste boodschap? Het is de spin die in de fout gaat, niet de vlieg.
Een boek voor liefhebbers van rijm of insecten, pannenkoeken of breien, welsprekendheid of trampolinespringen. Voor iedereen dus, van 4 tot 99+ jaar.

Naar aanleiding van het boek heb ik ook een handleiding voor opvoeders gemaakt: Horen, zien en spreken: Hoe omgaan met een vermoeden van kindermisbruik?

Wanneer een kind vertelt dat het wordt misbruikt, wat in de praktijk zelden gebeurt, is er een procedure die moet gevolgd worden zodat de melding bij de juiste instanties terechtkomt. Op die manier kan het misbruik worden aangepakt. Maar, wat doe je wanneer je buikgevoel zegt dat er iets niet klopt, wanneer je je ongerust maakt maar het kind je niet vertelt hoe de vork in de steel zit?

Er zijn vanzelfsprekend enkele organisaties die hierbij kunnen helpen, die ondersteuning bieden, maar eigenlijk kunnen we ook zelf het gesprek aangaan. Deze handleiding geeft leerkrachten, ouders en opvoeders informatie over seksueel misbruik, grooming en de mogelijke alarmsignalen bij kind en volwassene, alsook concrete handvaten om met een kind te praten over een vermoeden of onthulling van misbruik. Deze handleiding is er om iedereen die in gesprek gaat met kinderen te ruggensteunen. Er wordt doorverwezen naar hulpverleningsorganisaties die actief zijn in de aanpak van kindermisbruik, maar ook algemene preventietips krijgen een plaats.

‘De spin en de vlieg’ is verkrijgbaar in zo ongeveer elke boekenwinkel, de handleiding kan je dra downloaden op de website van Van Halewyck. Laat me zeker weten wat je er van vond!

 

Het taboe & het buikgevoel

Gepubliceerd in De Standaard op 4 oktober.

Na de getuigenis van Griet Op de Beeck over incest was seksueel misbruik dagenlang het onderwerp van debat, in de kranten en op straat. Dat er in de beeldvorming iets scheef zat, was al snel duidelijk. Veel media focusten niet op de impact van kindermisbruik, of strategieën als grooming waarmee plegers hun slachtoffers inpalmen. Het ging niet over hoe slachtoffers zodra ze volwassen zijn, ‘op verhaal komen’, of hoe je een kind kunt bijstaan als je vermoedt dat het wordt misbruikt. Nee, het ging over de geloofwaardigheid van de getuigenis, en daarmee ook over Op de Beecks geloofwaardigheid als slachtoffer en als mens. Dat is een probleem, want de angst om niet geloofd worden, zet slachtoffers van misbruik ertoe aan vooral te zwijgen.

Stephanie Verbrackel dS 4okt2017.jpg
© Stephanie Verbrackel dS 4okt2017

Priesters en sportcoaches

Een kind wacht gemiddeld zes jaar voor het iemand in vertrouwen neemt. Bewijs van misbruik is er dan vaak niet meer. Het is opvallend dat net de reden waarom een volwassene zich aan een kind vergrijpt – zijn kwetsbaarheid en onmondigheid, ook decennia later nog in het nadeel speelt van het inmiddels volwassen kind.

‘Een geloofwaardig slachtoffer’ ben je volgens de goegemeente wanneer je genoeg prijsgeeft over het misbruik, maar niet te veel, want dan ben je een aandachtstrekker, wanneer je geen zielig slachtoffer bent, maar het ook niet ‘te’ goed met je gaat, want dan ‘zal het zo erg wel niet geweest zijn’. Om geloofd te worden, heb je het best getuigen die jouw ‘versie’ bevestigen, en herinneringen met een verhalende begin-midden-einde-structuur. Je moet genoeg schaamte en terughoudendheid tonen, maar niet te veel. En je bent het best niet misbruikt door je vader.

Een kind wacht zes jaar voor het iemand in vertrouwen neemt, bewijs van misbruik is er dan vaak niet meer

Het taboe op incestueus kindermisbruik ligt nog veel hoger dan wanneer priesters of sportcoaches hun handen niet thuis­houden. We willen niet weten dat er mensen zijn die hun eigen vlees en bloed tot seksueel object maken. We worden er ook niet graag toe bewogen om dat te moeten weten, te moeten geloven. En dus werden er vorige week in Vlaanderen en Nederland stukken geschreven en academici aan het woord gelaten die het abstracte concept ‘verdrongen herinnering’ ontkrachtten.

Bovendien, zeggen mensen, moet je zwijgen als je geen harde bewijzen hebt. Iemand is onschuldig tot het tegendeel is bewezen. Dat is zo, tenminste voor de rechtbank. Het is gezien de implicaties van een veroordeling nogal wiedes dat de lat hoog ligt om een pleger strafrechtelijk te veroordelen. Toch ontslaat het bestaan van het rechtssysteem ons niet van de plicht om te luisteren en slachtoffers bij te staan. Het is heus mogelijk om het slachtoffer het vermoeden van waarheid te gunnen zonder de vermeende pleger op de brandstapel te zetten.

Wanneer ik met een slachtoffer spreek, ga ik haar niet alleen geloven wanneer ze een veroordeling kan voorleggen. Dan zou slechts één procent van de slachtoffers recht van spreken hebben. Het recht mag geen kant kiezen, maar wij mogen dat wel. Beter nog, wij moeten dat doen.

Buikgevoel

Dat is niet simpel. De omgeving van een kind – familie, leerkrachten, de huisarts en ouders van vriendjes – gaat gebukt onder handelingsverlegenheid: ‘Wat als ik mijn vage vermoeden van misbruik meld en het niet waar blijkt te zijn?’ En dus blijven we wachten op een duidelijk signaal van het kind. Dat is geen goed idee, want een kind vertelt zelden dat het wordt misbruikt. Het is dus aan de omgeving om iets te doen met de signalen die ze opvangen of het buikgevoel dat ze hebben. Je bezorgdheid delen met iemand anders die het kind kent, of je vermoeden bespreken met de hulpverleners van 1712, de telefoonlijn rond geweld, kan al veel zoden aan de dijk brengen.

Als we echt willen dat kinderen geen zes jaar wachten om te spreken, mogen we niet wegkijken. We mogen de gruwelijke realiteit van kindermisbruik niet weg rationaliseren tot een abstracte wetenschappelijke discussie. Als Op De Beeck, net als andere misbruikslachtoffers, als jong kind was gezien en was gehoord, dan waren er vandaag geen taboedoorbrekende getuigenissen nodig. En nodig zijn ze, zo blijkt.

Zo zegt de wetenschap {de minuut/Hautekiet}

De 154-woordenversie van De Minuut op Radio1

Dit is de 794-woordenversie:

Griet Op de Beeck getuigde over het kindermisbruik door haar vader dat ze als jong kind jarenlang moest ondergaan.  Moedig, vind ik. Een ongeloofwaardig slachtoffer, volgens de beerput van de zogenaamd sociale media. Ze zou vooral boeken willen verkopen, aandacht willen krijgen; ze is opgelicht door haar therapeut; ze is ‘fake, fake, fake’. Dit zijn maar enkele reacties.

Verkrachtingsmythes als ‘de meeste verkrachtingsverhalen zijn leugens’ en ‘seksueel misbruik kan je makkelijk aangepraat worden’, vieren hoogtij. Maar goed, die bashers hebben meestal een relatief beperkt bereik. Een groter probleem is de berichtgeving in de kranten. Hun woorden bereiken honderduizenden lezers en zijn dus veel belangrijker in de beeldvorming van – in dit geval – seksueel geweld en de geloofwaardigheid van zedenslachtoffers. Helaas waren er journalisten die deelnamen aan het rondje verkrachtingscultuur. Onbedoeld, dat weet ik wel. Seksueel kindermisbruik is een erg complex thema en dat heb je niet direct onder de knie.

De Morgen was de enige krant die aan correcte beeldvorming deed. Dat stelde althans De Morgen zelf, bij monde van Joël de Ceulaer, in een discussie op twitter.
Op de voorpagina van de krant van 27 september: ‘Verdrongen herinneringen terugbrengen? Niet bewezen, zegt de wetenschap.’ ‘Uw geheugen kan u bedriegen’, is de kop van het artikel.
Aan het woord is professor rechtspsychologie Henry Otgaar (Universiteit Maastricht) die kadert hoe het geheugen te manipuleren is. Boeiende materie, dat vind ik ook. Tenminste wanneer dit stuk bedoelt was om een échte case van het inprenten van een valse herinnering te duiden.

Heb ik daar geen probleem mee, met valse herinneringen, vroeg de Ceulaer me. Natuurlijk heb ik daar een probleem mee, in de beperkte cases waar dat is aangetoond. Therapeuten die goed opgeleid zijn, hebben geleerd hoe ze het gesprek moeten voeren. Er is inmiddels trouwens best wel wat onderzoeksliteratuur naar de kenmerken van gemanipuleerde herinneringen alsook naar de context waarin deze ontstaan.

De vraag is echter of dergelijk abstract wetenschappelijk gepalaver iets te maken heeft met de concrete getuigenis van Griet Op de Beeck. Daarop is het antwoord steevast ‘neen’.

Kort samengevat kan je zeggen dat iemand in onderzoeksetting wijsmaken dat hij met een luchtballon vloog niet hetzelfde is als een misbruikslachtoffer dat na het overlijden van haar vader de puzzelstukken die er altijd al waren, moeizaam in elkaar puzzelde.  Mensen die de wetenschappelijke achtergrond van het geheugenonderzoek zoals de professor dat in het artikel beschrijft kennen – en dat wil zeggen inclusief tegenreacties, analyses en methodologische issues – weet dat wat Op de Beeck vertelde geen uitgelezen illustratie is van dergelijke ‘verwrongen herinnering’. Alles wat ze vertelde past in het typevoorbeeld van hoe een incestpleger tewerk gaat en hoe het kind wat er allemaal gebeurt doorheen de tijd ‘parkeert’ en uiteindelijk durft te herkaderen als ‘seksueel misbruik’. <Slachtoffer van kindermisbruik>, er zijn weinig labels die zwaarder wegen.

Dat is de realiteit van de therapeutische strijd die vele slachtoffers moeten voeren om (terug) zeggenschap te krijgen over lichaam en geest. Een strijd (geen woord dat ik lichtzinnig gebruik) die velen niet hebben gehaald en eindigde in zelfdoding of euthanasie wegens psychisch lijden. Ik zou graag worden wijsgemaakt dat ik met een luchtballon heb gevlogen maar bij misbruik zoek je waarlijk eerst, en niet zelden jarenlang, alle redenen waarom het niét zou zijn gebeurd. Een kind – en dat heeft Griet prachtig beschreven – is nog liever ‘een liegebeest’ (want dan is er geen misbruik), is liever het een ‘slecht kind’ dat ‘straf verdient’ (want dan is er geen misbruik), is nog liever ‘blij’ dat iemand ‘aandacht geeft’ (want dan is er geen misbruik),…

Misbruikt worden is niet iets dat je graag verzint. Je kan pas aan jezelf toegeven dat je vader je heeft misbruikt, zo vertelde Griet, wanneer je sterk genoeg bent om dat aan te kunnen. Het is voor een kind vele malen erger om zélf te erkennen dat ‘papa het toch niet goed voorheeft’, dat de aandacht eigenlijk misbruik was. Dat kost niet zelden decennia aan therapeutisch werk. Het is  ontzettend bitter dat wanneer je die strijd hebt geleverd en je waarlijk aan jezelf kan toegeven dat je, ja, misbruikt bent, anderen je in twijfel trekken.

Neen, De Morgen heeft de actualiteit niet geduid. Men had ook therapeuten en onderzoekers aan het woord kunnen laten die duiden hoe die dynamieken van verwerking gaan, waarom het zo lang duurt vooraleer je die woorden voor jezelf kan uitspreken, wat het verschil is tussen ontkenning en verdringing-niet-in-Freudiaanse termen. Neen, De Morgen heeft de actualiteit zélf gemaakt en deed dat op de kap van zedenslachtoffers die hun geloofwaardigheid nogmaals gefnuikt weten.

De angst voor valse herinneringen, een zeldzaam fenomeen zo zegt, jawel, de wetenschap, blijkt groter dan de angst voor misbruik. Kindermisbruik is nochtans een realiteit voor ontzettend veel kinderen vandaag, en de nu volwassen kinderen van gisteren. Dat zegt de wetenschap.

Uitgelezen: #Help! Mijn kind leeft online

IMG_7139.JPG

‘Kijke!’, zegt de 1,5jaar oude zoon van een vriendin, als een plaat op repeat. Het kind krijgt nochtans niet vaak een schermpje in zijn swipende knuistjes, maar enkele smaakmakers waren genoeg om de interesse te wekken. Dat het niet simpel is om als ploeterouder te navigeren in de snelle en flitsende wereld anno 2017 is een feit. De tablet lijkt (lijkt) kinderen tot rust te brengen en geeft ouders zo ook even ademruimte. Sommige ouders zien tablets als een must en beschouwen een digitaal dieet bijna als verwaarlozing. Anderen stellen net die must in vraag.

Vragen over het wat en hoe van kinderen opvoeden in de digitale werkelijkheid krijgt kinderpsychiater Lieve Swinnen dagelijks op haar sofa. Deze vragen waren de aanzet om de handen in elkaar te slaan met social media native Stefaan Lammertyn. Uit die samenwerking is het boek #Help! Mijn kind leeft online ontsproten. Het werd begin september uitgegeven door Van Halewyck. Zij vroegen me het boek te bespreken.

De centrale inzet – hoe kunnen we de digitale evolutie rijmen met goed ouderschap? – is namelijk een vraag die alle opvoeders en pedagogen vandaag bezighoudt. Swinnen & Lammertyn willen enerzijds de blijde boodschap van een wereld in verandering uitdragen en opvoeders anderzijds ondersteunen in hoe het digitale een plek te geven in het leven van kinderen. Een eerste vraag is of die nieuwe digitale dimensie niet gewoon eenzelfde aanpak vraagt. Ja en neen, stelt Swinnen. Het gaat bij opvoeden zoals steeds om ondersteunen en stimuleren enerzijds, en begrenzen anderzijds. Maar we kunnen niet ontkennen dat de intrede van het digitale in ons leven en dat van onze kinderen gewoon een variant is van wat reeds was. Het web brengt de hele wereld tot in onze woonkamer, zelfs tot in ons bed. Het is voor volwassenen al niet simpel om hun weg te vinden, laat staan dat kinderen zichzelf kunnen begrenzen in wat in wezen grenzeloos is. Vooraleer je een kind de do’s en don’ts kan leren, moet je ze zelf leren. 

In ‘#Help! Mijn kind leeft online’ verweven de auteurs concrete informatie over het scala aan sociale media met meer fundamentele vragen: Veranderen sociale media de manier waarop we met elkaar omgaan? Leren we anders in het tijdperk van smartschool en youtube? Hoe omgaan met nieuwe media wanneer we eigenlijk nog niet weten wat de impact is van schermen op de hersenen van jonge kinderen?

Lammertyn stelt dat als we kinderen niet aan hun lot willen overlaten, het belangrijk is  geen dat opvoeders geen NOOBS (digitale analfabeten) blijven, maar zich als ‘newbies’ de digitale taal vaardig te maken. Ouders moeten de wereld gaan ontdekken waarin ze hun kinderen willen loslaten. De kloof die we tussen generaties opmerken, is dat in werkelijkheid niet: het is niet omdat peuters al jong kunnen swipen dat zij content die bij hen binnenkomt kunnen plaatsen. Dit boek stemt dan ook tot nadenken. 

We vragen kinderen hoe het op school was en wat ze hebben gedaan bij het vriendje thuis. We brengen onszelf up-to-date via oudercontacten en blijven per mail op de hoogte van de activiteiten van de Chirogroep, maar ‘de digitale wereld’ blijft abstract. We kijken nog naar het wereldwijde web alsof het een afgebakend spelformat is zoals Duke Nukem (destijds het eerste spel dat ik op de gezinscomputer speelde). 

We leggen wel uit waarom we steeds (“wat ies er toch met die Tlump?!”) ) over Trump spreken of waarom mensen aanslagen plegen, maar we laten hen alleen in de digitale wereld. Die is nochtans groter dan het busnet van onze stad en niet zo begrensd als de leerboeken op school. Het internet is complex en hypertext oneindig. We nemen kinderen dus ook in het digitale verkeer best aan de hand. Je kan een kind niet begeleiden in een wereld die je niet kent. 

Het internet lijkt abstract en niet fysiek maar dat je geen handen nodig hebt om iemand te kwetsen, is duidelijk. Fenomenen als cyberpesten, sexting-gone-wrong en grooming tot hands-off kindermisbruik via het internet tonen dat we kinderen niet mogen loslaten zonder hen eerst de regels te leren van het digitale verkeer, zonder hen de rode verkeerslichten te tonen en samen met hen te leren hoe ze in dat verkeer moeten navigeren. 

Dat een klaagzang zinloos is, is wel duidelijk: het digitale heeft de wereld voorgoed veranderd. ‘Er tegen zijn’, gaat daar niets aan veranderen, je weg erin vinden maakt je weerbaar. #Help! mijn kind leeft online, negeert de vele gevaren en problemen niet maar reikt handvaten aan.